Een nieuw fonds: de Heerlen-route

Eind 2018 besloot de gemeenteraad van Heerlen tot het mogelijk maken van een ondernemersfonds. De daarvoor benodigde ozb-verhoging wordt in drie jaar opgebouwd, tot in 2021 de beoogde voeding van 1 miljoen per jaar bereikt wordt. De totstandkoming van Ondernemersfonds Heerlen is een opmerkelijk verhaal. Aan nieuwe fondsen gaat doorgaans een onderzoek vooraf en vaak is in dat onderzoek ‘draagvlak’ het sleutelwoord. 

Gemeenteraden beperken zich in dat geval tot toetsen of er veel steun is voor een fonds. Als het kan zoveel mogelijk, zodat de raad zelf geen in inhoudelijke uitspraak meer hoeft te doen. Soms beschrijven ze die steun in een minimum aan voorstanders dat uit een peiling moet blijken. Dan wordt eigenlijk de BIZ-regeling nagebootst. Hoe dan ook is de wens om draagvlak te zien een reden om heel veel mensen te raadplegen en zelfs actief de tegenspraak op te zoeken.

Een besluit op inhoud

Heerlen koos voor een andere route. Wethouder Martin de Beer (Economische Zaken, VVD/D66) had enkele problemen op te lossen. In stadsdeel Hoensbroek was een zieltogende BIZ. In de binnenstad was een marketingorganisatie die met gemeentelijk geld overeind  gehouden werd, maar geen ondernemersorganisatie. Het algemene beeld was dat het in het grootste deel van de stad ontbrak aan organiserend vermogen. En dat tegen de achtergrond van een stad met flinke economische en demografische opgaven. Alleen op de bedrijventerreinen was al veel gaande, dankzij de regionale vastgoedontwikkelaar en parkmanagementorganisatie C’magne. De Beer stelde de gemeenteraad voor om deze problemen aan te vliegen met de gefaseerde opbouw van een ondernemersfonds. Hij kreeg daar steun voor: de gemeenteraad van deze relatief arme stad steunt in meerderheid een sociaal programma en om dat mogelijk te maken is een actief economisch beleid en een goed toegerust bedrijfsleven nodig. Zo kort kan de redenering zijn. 

Weinig weerstand, veel energie

Na de besluitvorming is een stuurgroep gevormd van ondernemers, waaronder C’magne en MKB Parkstad, die externe ondersteuning aantrok en de inrichting van het fonds ter hand nam. 

Er is nauwelijks weerstand geweest vanuit het lokale bedrijfsleven. College en raad hadden een eigen  visie op nut en noodzaak van het fonds en daarmee was ‘draagvlak’ niet meer het belangrijkste criterium. Die besluitvaardigheid heeft een langlopende impasse in de stad doorbroken. Het fonds heeft nu een paar jaar om zich te bewijzen. De inzet is om veel nieuw en jong talent aan te trekken in de gebieden waar een trekkingsrecht uitgeoefend gaat worden. Verder is aan de 12 grootste bedrijven van de stad gevraagd of zij gezamenlijk een tafel willen starten voor het beleggen van Heerlenbrede vragen, bijvoorbeeld op het punt van studentenmarketing, jong ondernemerschap en onderwijs-arbeidsmarkt.   

Inspirerend praktijkvoorbeeld

De Heerlen-route is niet uniek: met name de langer bestaande fondsen zijn vaak op de kaart gekomen met steun van een college en raad die hun eigen visie formuleerden. Maar in het huidige klimaat in gemeenteland is Heerlen zeker bijzonder. Wellicht is dat schuilen achter ‘draagvlak’ van raden elders in het land een beïnvloeding vanuit de BIZ-regels. Misschien heeft het ook te maken met een meer algemene angst voor weerstand. Hoe dan ook: de vereniging overweegt om een van de eerstkomende ledenvergaderingen in Heerlen te laten plaatsvinden om kennis te maken met dit bijzondere verhaal.  

 Tekst: Bureau Blaauwberg

Nieuws Overzicht